1.4 terameter!
VV Cephei A is een rode superreus, een enorme, koele ster, en de grootste van de twee sterren in de bedekkingsdubbelster VV Cephei in het sterrenbeeld Cepheus. Elke 20,3 jaar schuift de ster voor de kleine, hete begeleider en verbergt die meer dan een jaar lang. De grootte is onzeker: een studie uit 2018 gebruikte een straal van ongeveer 1.000 keer die van de Zon, waardoor de ster ongeveer 1,4 miljard kilometer breed is. Oudere studies van de bedekkingen kwamen uit op een nog grotere ster.
VV Cephei A bedekt de begeleider, dus de grootte kan worden afgeleid uit de baan van de twee sterren. Wat telt, is hoe lang de begeleider verborgen blijft. Studies uit 1971 en 1977 gaven stralen van 1.200 en 1.600 keer die van de Zon, en een studie uit 1980 stelde een bovengrens van 1.900 keer. Die getallen zouden de ster 1,7–2,2 miljard kilometer breed maken, en hoogstens 2,6 miljard.
De uitkomsten hangen af van de helling van de baan, die niet precies bekend is, en van hoe de rand van de ster wordt gedefinieerd. In 2018 gebruikte een team dat de laatste bedekking bestudeerde, een kleinere straal, ongeveer 1.000 keer die van de Zon. Een schatting uit 2019, gebaseerd op de afstand tot de ster, gaf slechts ongeveer 390 keer. Maar afstanden die voor zulke sterren zijn gemeten, zijn onbetrouwbaar, omdat hun baanbeweging en grote afmetingen de meting verstoren.
VV Cephei A is ook een veranderlijke ster. Net als andere rode superreuzen verandert de ster uit zichzelf van helderheid, met een hoofdperiode van ongeveer 150 dagen.
In 2018 was VV Cephei de helderste bekende bedekkingsdubbelster aan de hemel met zo'n rode superreus. De begeleider is een hete ster van het soort dat astronomen een vroege B-ster noemen, met een veel kleinere straal dan de superreus. Een studie uit 1977 vond dat elke ster ongeveer 20 keer de massa van de Zon heeft. De twee volgen een uitgerekte, ovale baan, en hun gemiddelde onderlinge afstand is ongeveer vijf keer de straal van de superreus.
De meest recente totale bedekking begon in oktober 2017 en duurde ongeveer anderhalf jaar. De volgende wordt rond 2038 verwacht. Omdat het licht van de begeleider door de buitenste lagen van de superreus heen schijnt wanneer de begeleider erachter langs gaat, bieden bedekkingen astronomen de kans om de atmosfeer en de wind van een rode superreus te bestuderen.
De superreus stoot gas af in een langzame wind van ongeveer 20 kilometer per seconde en verliest zo elke 670.000 jaar ongeveer evenveel massa als de Zon heeft. Een deel van dat gas valt op de begeleider, waar het fel gloeit in het rode licht van waterstof. In november 1997 deed de Hubble-ruimtetelescoop de eerste ultraviolette waarnemingen van een van de totale bedekkingen van het systeem, en de telescoop volgde het systeem tot 2003.