90 petameter!
De Zwarte Zuil is een toren van koud gas en stof die oprijst uit de Adelaarsnevel, een wolk op ongeveer 7.000 lichtjaar van de Aarde waarin nieuwe sterren ontstaan. Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt, ongeveer 9,46 biljoen kilometer. De toren is van de voet tot de top ongeveer 9,5 lichtjaar hoog, oftewel 90 biljoen kilometer. De Hubble-ruimtetelescoop fotografeerde de toren in 2004, en NASA en het Europees Ruimteagentschap (ESA) brachten de foto uit onder de titel “The Eagle has risen: stellar spire in the Eagle Nebula”.
ESA en NASA geven allebei 9,5 lichtjaar als hoogte van de toren. Dat is de lengte van de kolom, van de basis die op een voetstuk lijkt, onderaan op de foto van Hubble, tot de gloeiende klonten bovenaan.
De hoogte hangt af van de afstand tot de Adelaarsnevel. Astronomen berekenen zo'n lengte uit hoe lang het object aan de hemel lijkt en hoe ver weg het staat. De hoogte is dus maar zo zeker als de afstand. Beide organisaties plaatsen de nevel op ongeveer 7.000 lichtjaar afstand. De hele Adelaarsnevel is veel groter dan de toren: NASA geeft de nevel een afmeting van 70 bij 55 lichtjaar.
De toren wordt afgebroken door ultraviolet licht van een groep zware, hete, jonge sterren buiten de bovenrand van de foto van Hubble. Hetzelfde sterlicht verlicht het ruwe oppervlak van de toren. Slierten gas koken van dat oppervlak af en vormen de waas rond de kolom. De toren steekt als een donkere vorm af tegen de gloed van gas dat verder weg ligt.
De top van de toren heeft standgehouden doordat het gas daar dikker is. ESA vergelijkt dat gas met dicht struikgewas in een veld met prairiegras: een brand trekt snel door het gras, maar vertraagt als hij bij het struikgewas komt. De kleuren op de foto van Hubble komen van gas dat door het ultraviolette licht van de sterren energie krijgt. Het blauw bovenaan is gloeiende zuurstof en het rood lager is gloeiende waterstof.
Mogelijk ontstaan er sterren in de toren. De bulten en vingers van materie bij het midden zijn plaatsen waar sterren worden geboren, en elk is ongeveer zo groot als het zonnestelsel. Jonge sterren daar groeiden door zich te voeden met het omringende gas, tot licht van de nabije sterrenhoop ze blootlegde en hun aanvoer afsneed.
Hetzelfde licht zet mogelijk ook de vorming van nieuwe sterren in gang. Het verhit het gas bovenaan de toren, en het verhitte gas zet uit en drukt tegen het koudere, donkerdere gas eronder. Zo samengeperst vormt het gas gemakkelijker sterren. Hubble nam de foto in november 2004 met zijn Advanced Camera for Surveys. De foto werd in april 2005 uitgebracht voor het vijftienjarig bestaan van de telescoop.