850 petameter!
De Noord-Amerikanevel is een wolk van gloeiend gas in het sterrenbeeld Zwaan, genoemd naar zijn omtrek, die lijkt op het continent Noord-Amerika. De nevel ligt op ongeveer 2.560 lichtjaar van de Aarde. Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt, ongeveer 9,46 biljoen kilometer. Op zijn langst is de nevel ongeveer 90 lichtjaar lang, oftewel 850 biljoen kilometer.
Net als elke gaswolk heeft de nevel geen scherpe rand, dus de grootte hangt af van hoe zwak een gloed nog wordt meegeteld. Twee catalogi van nevels geven de langste afmeting als 120 boogminuten, oftewel 2 graden aan de hemel. Een boogminuut is een zestigste van een graad.
Om een hoek aan de hemel om te rekenen naar een breedte is de afstand nodig. De ruimtetelescoop Gaia heeft de afstanden van honderden jonge sterren in de nevel gemeten. Samen plaatsen die metingen de nevel op ongeveer 2.560 lichtjaar afstand, plus of min ongeveer 50 lichtjaar. Op die afstand is 2 graden ongeveer 90 lichtjaar.
De Noord-Amerikanevel en de Pelikaannevel zijn twee delen van één groter gloeiend gebied. Vanaf de Aarde gezien ligt er tussen beide een donkere baan van stof en koud gas, die de Noord-Amerikanevel zijn vorm geeft, ook het deel dat de “Golf van Mexico” heet. Het hele gebied is ongeveer 3 graden breed, oftewel ongeveer 130 lichtjaar.
Licht van een zeer hete ster slaat elektronen los van de atomen in het gas, en daardoor gaat het gas gloeien. Het gas bestaat vooral uit waterstof, en daardoor heeft de nevel een roodachtige kleur.
De belangrijkste ster die zowel de Noord-Amerikanevel als de Pelikaannevel verlicht, heet de Bajamarster. In werkelijkheid is het een paar zware, zeer hete sterren van het soort dat astronomen O-type noemen. Het paar staat achter de donkere wolk van de “Golf van Mexico”, die het zichtbare licht ervan ongeveer 7.000 keer zwakker maakt. De Bajamarster werd pas in 2005 geïdentificeerd.
In het gebied ontstaan nog steeds nieuwe sterren, vooral binnen de donkere baan van stof en gas. Metingen van Gaia delen de jonge sterren in minstens zes groepen in. Drie van de groepen dijen uit, waarbij sterren zich met een snelheid van maximaal ongeveer 8 kilometer per seconde naar buiten bewegen.
De Bajamarster beweegt snel in vergelijking met de jonge sterren eromheen. Astronomen denken dat de ster ongeveer 1,5 miljoen jaar geleden aan een van de groepen is ontsnapt. William Herschel ontdekte de nevel in 1786, en de nevel staat als NGC 7000 vermeld in de New General Catalogue van nevels en sterrenhopen.