42.2 kilometer!
Een marathon is een hardloopwedstrijd over een vaste afstand van 42,195 kilometer (26 mijl en 385 yard, ongeveer 26,2 mijl). World Athletics, de internationale sportbond voor de atletiek, legt die afstand vast in de wedstrijdregels. De afstand wordt gemeten langs het kortste pad dat een hardloper op het parcours zou kunnen volgen.
De marathonafstand is exact. In de regels van World Athletics staat de marathon bij de standaardafstanden voor wegwedstrijden, met 42,195 kilometer. In de geschiedenis van de wedstrijd, zoals World Athletics die beschrijft, is dezelfde afstand 26 mijl en 385 yard. De twee komen tot op ongeveer een centimeter overeen: 26 mijl en 385 yard is 42.194,988 meter.
Een marathon heeft geen vaste start of finish. Elke wedstrijd legt een eigen parcours aan over wegen. Dat kan een lus zijn, een heen-en-terugroute of een parcours met meerdere ronden. Sommige marathons van grote kampioenschappen eindigen in een stadion. Welke route ook wordt gekozen, het parcours mag niet korter zijn dan 42,195 kilometer.
De wedstrijd is genoemd naar een legende. Een Griekse soldaat genaamd Philippides, of Pheidippides, zou 42 kilometer hebben gerend van het slagveld van Marathon naar Athene. Hij meldde dat de binnenvallende Perzen waren verslagen en stierf daarna van uitputting.
Op de eerste moderne Olympische Spelen, in 1896 gehouden in Athene, stond een marathon van ongeveer 40 kilometer. Op de Olympische Spelen van 1908 in Londen werd de afstand vastgesteld op 26 mijl. Volgens World Athletics werd er toen 385 yard aan toegevoegd. De start werd verder naar achteren verplaatst, zodat de kinderen in de koninklijke kinderkamer in Windsor de start konden zien, terwijl de finish bij het White City Stadium voor koningin Alexandra bleef liggen.
De afstand van 26 mijl en 385 yard werd in 1921 de standaard. Vrouwen liepen de marathon voor het eerst op de Olympische Spelen van 1984, in Los Angeles.
World Athletics en AIMS, de vereniging van marathons en afstandswedstrijden, keuren maar één manier goed om een wegparcours te meten: de gekalibreerde fietsmethode. Een parcoursmeter rijdt het parcours op een fiets met een teller op het voorwiel, die registreert hoe vaak het wiel draait. Door die telling te vergelijken met de telling voor een ijkparcours met een bekende lengte, volgt de lengte van het wedstrijdparcours.
Bij wedstrijden die meetellen voor de wereldranglijsten moet de meting nauwkeurig zijn tot op 0,1%, oftewel 42 meter, en vooraf zijn gedaan door een internationale parcoursmeter. Om te zorgen dat een parcours nooit te kort blijkt, krijgen parcoursmeters het advies 0,1% toe te voegen en 1.001 meter uit te zetten voor elke kilometer. Een parcours dat zo is uitgezet, is ongeveer 42 meter langer dan de officiële afstand.
Een parcours moet na vijf jaar opnieuw worden gemeten, ook als er niets aan is veranderd. Om een tijd als wereldrecord te laten gelden, mag het parcours van start tot finish niet meer dan 1 meter per kilometer dalen. De start en de finish mogen bovendien hemelsbreed niet verder uit elkaar liggen dan de helft van de wedstrijdafstand. Deze regels voorkomen dat een parcours te steil bergafwaarts loopt of hardlopers over een lange afstand wind in de rug geeft.