2 micrometer!
Een kleideeltje is een van de fijnste korrels in grond en sediment. Bodemkundigen noemen elke mineraalkorrel die kleiner is dan 2 micrometer klei. De 2 micrometer die hier wordt getoond is die bovengrens, het grootste formaat dat een kleideeltje kan hebben, en niet de grootte van een typisch kleideeltje. Een micrometer is een miljoenste van een meter.
Bodemkundigen delen de mineraalkorrels in de bodem naar grootte in klassen in. In het systeem van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties is een korrel kleiner dan 2 micrometer klei. Korrels van 2 tot 63 micrometer zijn silt, en korrels van 0,063 tot 2 millimeter zijn zand. Veel landen gebruiken dezelfde namen, maar sommige trekken de grenzen op andere plaatsen.
Geologen die sedimenten bestuderen gebruiken vaak een andere schaal, de Wentworthschaal. Daarop is klei alles wat kleiner is dan 4 micrometer, loopt silt van 4 tot 62,5 micrometer en zand van 62,5 micrometer tot 2 millimeter. Of een korrel van 3 micrometer breed als klei telt, hangt dus af van de gebruikte schaal.
Het woord klei is ook de naam van een familie van mineralen die uit dunne lagen zijn opgebouwd. Korrels van kleimineralen zijn van enkele nanometer, oftewel miljardsten van een meter, tot millimeters breed. Een korrel ter grootte van klei is dus niet altijd een kleimineraal: het kan ook een piepklein kristal van een ander mineraal zijn, zoals kwarts.
Bodemkundigen die buiten werken kunnen inschatten hoeveel klei een grond bevat door een vochtig monster tussen hun vingers te wrijven. Klei is kleverig, laat zich in vorm kneden en gaat glanzen als de klei wordt samengeknepen. Silt is niet kleverig en voelt meelachtig aan, als talkpoeder. Zand voelt korrelig aan en is helemaal niet te vormen.
Kleimineralen trekken water sterk aan. Sommige soorten zwellen op als ze nat worden: een enkel kleideeltje dat 1 nanometer dik is, kan in water uitgroeien tot ongeveer 2 nanometer dik. Huizen en andere gebouwen op grond met zwellende klei kunnen beschadigd raken als de klei met de seizoenen zwelt en krimpt.
Met een beetje water gemengd levert klei een modder op die zich laat vormen en daarna kan worden gedroogd tot een tamelijk stijve vaste stof. Pottenbakkers en de keramische industrie gebruiken dit om borden, kopjes, kommen en buizen te maken.