1.5 micrometer!
Het virus dat hier te zien is, Pithovirus sibericum, is anno 2026 een van de grootste bekende virussen. De ovale deeltjes zijn doorgaans ongeveer 1,5 micrometer lang, gemeten van het ene uiteinde tot het andere. Een micrometer is een miljoenste van een meter. Veel gewone virussen zijn maar ongeveer 0,1 micrometer breed, dus een Pithovirus-deeltje is ongeveer 15 keer zo lang als die virussen breed zijn. Wetenschappers beschreven dit virus in 2014, nadat ze het weer tot leven hadden gebracht uit meer dan 30.000 jaar oude bevroren grond in Siberië.
Pithovirus-deeltjes hebben de vorm van uitgerekte eieren, met aan één uiteinde een plug die de onderzoekers een kurk noemen. Toen ze voor het eerst met een elektronenmicroscoop werden gemeten, waren de deeltjes ongeveer 1,5 micrometer lang en 0,5 micrometer breed. Daarmee was Pithovirus groter dan de pandoravirussen, de tot dan toe grootste bekende virussen, waarvan de deeltjes ongeveer 1 micrometer lang zijn.
De eerste metingen werden gedaan aan deeltjes die chemisch waren geconserveerd en in dunne plakjes waren gesneden. In 2017 bevroren onderzoekers hele deeltjes en brachten die in beeld, in een toestand die dichter bij hun natuurlijke toestand lag. De meeste waren 1,35–1,65 micrometer lang en 0,75–0,85 micrometer breed. De kleinste waren ongeveer 0,9 micrometer lang en de grootste ongeveer 2,5 micrometer.
Zulke grote deeltjes zijn te zien met een gewone lichtmicroscoop. Pithovirus werd op die manier voor het eerst opgemerkt, als ovale deeltjes die zich vermenigvuldigden in een laboratoriumkweek.
Het antwoord hangt af van wat er wordt gemeten en welke meldingen worden meegeteld. Tupanvirus, beschreven in 2018, heeft een kop van ongeveer 0,45 micrometer breed, die aan een lange staart vastzit. De deeltjes zijn gemiddeld ongeveer 1,2 micrometer lang, maar sommige bereiken 2,3 micrometer, omdat hun staarten in lengte verschillen.
In 2019 meldden onderzoekers spoelvormige deeltjes van meer dan 4 micrometer lang op elektronenmicroscoopfoto's van pijlwormen, kleine zeedieren. De onderzoekers concludeerden dat de deeltjes virussen zijn, de langste die ooit zijn gemeld. Ook pleitten ze voor onderzoek naar de genen van de deeltjes om er meer over te weten te komen.
Pithovirus kwam uit een monster permafrost, permanent bevroren grond, dat in 2000 werd verzameld in het noordoosten van Siberië. De laag waaruit het virus kwam, is meer dan 30.000 jaar oud, een leeftijd die is bepaald met koolstofdatering. Onderzoekers mengden het monster door een kweek van amoeben, eencellige organismen, en het virus begon zich in de amoeben te vermenigvuldigen.
Het team koos voor amoeben omdat virussen die amoeben infecteren een veilige manier zijn om te testen of oude virussen nog kunnen infecteren. Het team opperde dat permafrost die ontdooit door de opwarming van de aarde, mijnbouw of boringen op een dag virussen kan vrijgeven die schadelijk zijn voor mensen of dieren.