9.5 exameter!
De Tarantulanevel is een enorme wolk van gloeiend gas waarin nieuwe sterren ontstaan. Hij ligt in de Grote Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsel dat om de Melkweg draait, op ongeveer 160.000 lichtjaar van de Aarde. De nevel is ongeveer 1.000 lichtjaar breed, waarbij een lichtjaar de afstand is die licht in één jaar aflegt, ongeveer 9,46 biljoen kilometer. Anno 2026 is hij het helderste bekende stervormingsgebied in de Lokale Groep, de familie van sterrenstelsels waartoe ook de Melkweg behoort.
Een nevel heeft geen scherpe rand. Het gloeiende gas, de hete sterren en het warme stof van de Tarantulanevel strekken zich uit over enkele honderden parsec, waarbij een parsec ongeveer 3,26 lichtjaar is.
Een overzichtsartikel uit 2019 geeft de nevel een straal van ongeveer 10 boogminuten aan de hemel, waarbij een boogminuut een zestigste van een graad is. Op de afstand van de nevel, ongeveer 50.000 parsec, is die straal 150 parsec. De nevel is dus ongeveer 300 parsec, oftewel 980 lichtjaar, breed.
Andere metingen geven vergelijkbare groottes. Een onderzoek naar reusachtige stervormingsgebieden, samengevat in hetzelfde overzichtsartikel, vond een diameter van 370 parsec, ongeveer 1.200 lichtjaar. Het Chandra X-ray Center van NASA beschrijft de nevel als ongeveer 1.100 lichtjaar breed.
Het helderste deel van de nevel, NGC 2070 genoemd, is ongeveer 40 parsec (130 lichtjaar) breed. In het hart ervan ligt R136, een compacte hoop jonge sterren die slechts ongeveer 2 parsec (6,5 lichtjaar) breed is.
De Tarantulanevel gloeit doordat hete, zware jonge sterren de nevel overspoelen met ultraviolet licht. Dat licht maakt elektronen los van de waterstofatomen van de nevel. Het meeste van dat licht komt van sterren in NGC 2070, waaronder de sterrenhoop R136 in het hart van NGC 2070.
R136 is hooguit 2 miljoen jaar oud. Onderzoeken naar de helderste leden schatten hun massa op 150–300 keer de massa van de Zon, en een overzichtsartikel uit 2019 noemde ze de zwaarste sterren die tot nu toe zijn vastgesteld. Zulke schattingen zijn onzeker en zouden lager uitvallen als sommige van deze sterren dubbelsterren blijken te zijn.
De stervorming begon hier ongeveer 25 miljoen jaar geleden en bereikte een paar miljoen jaar geleden haar hoogtepunt. Hodge 301, een oudere sterrenhoop op ongeveer 45 parsec (150 lichtjaar) van R136, is 20–30 miljoen jaar oud. Supernova's, de explosies waarmee het leven van een zware ster eindigt, hebben daar waarschijnlijk al het grootste deel van het gas weggeblazen. Op ongeveer 90 parsec (290 lichtjaar) van R136 bevat een groep sterren die NGC 2060 heet een pulsar, de snel ronddraaiende kern die achterblijft wanneer een zware ster explodeert, en de resten van een supernova.
De astronoom Nicolas-Louis de Lacaille legde de nevel in 1751 als eerste vast. Vanaf het zuidelijk halfrond is de nevel met het blote oog te zien, in het sterrenbeeld Goudvis. De nevel is genoemd naar zijn lange, stoffige filamenten, die er op telescoopbeelden uitzien als de poten van een spin. Astronomen noemen de nevel ook 30 Doradus.