6.5 petameter!
De Homunculusnevel is een wolk van gas en stof die tijdens een enorme uitbarsting in de jaren veertig van de 19e eeuw werd weggeslingerd door de grote dubbelster Eta Carinae. De nevel heeft twee ronde lobben, een aan elke kant van de ster, en is van de top van de ene lob tot de top van de andere ongeveer 6,5 biljoen kilometer lang. Dat is ongeveer 0,7 lichtjaar, waarbij een lichtjaar de afstand is die licht in één jaar aflegt, ongeveer 9,46 biljoen kilometer.
Elke lob is een dunne, holle bel. In 2006 bracht de astronoom Nathan Smith hun ware driedimensionale vorm in kaart door de snelheden van gloeiende waterstofmoleculen in de hele nevel te meten. Hij stelde vast dat elke lob langs de as van de nevel ongeveer 21.700 astronomische eenheden van de ster reikt en tot ongeveer 20.000 astronomische eenheden breed is. Een astronomische eenheid is de gemiddelde afstand van de Aarde tot de Zon, ongeveer 150 miljoen kilometer.
Vanaf de Aarde gezien is de nevel ongeveer 18 tot 20 boogseconden lang, waarbij een boogseconde 1/3.600 van een graad is. Om die hoek om te rekenen naar een lengte is de afstand nodig. Dezelfde studie schatte die op ongeveer 7.700 lichtjaar, met een marge van ongeveer 2%. De afstand volgt uit de nevel zelf: de uitdijing is zowel over de hemel als naar de Aarde toe of van de Aarde af te meten, en bij een symmetrische vorm moeten die twee overeenkomen.
De buitenste schil van de lobben is slechts ongeveer 300 tot 600 astronomische eenheden dik, 2 tot 3% van hun straal. De meeste massa van de nevel zit in die schil, en de nevel als geheel bevat meer dan 10 keer de massa van de Zon.
Eta Carinae was in het begin van de 19e eeuw een zwakke, onopvallende ster, maar ze werd gestaag helderder. In april 1843 was ze de op één na helderste ster aan de hemel, alleen overtroffen door Sirius, die bijna duizend keer zo dicht bij de Aarde staat. Daarna werd ze weer zwakker, en in de 20e eeuw was ze zonder telescoop niet meer te zien. Astronomen noemen deze uitbarsting de Grote Uitbarsting.
Metingen van hoe snel de Homunculus groeit laten zien dat het gas rond 1847 werd weggeslingerd, midden in de uitbarsting. De ster overleefde en is op een donkere nacht weer met het blote oog te zien. Astronomen verwachten dat de grotere van haar twee sterren ooit in de toekomst zal exploderen als supernova, de explosie waarmee het leven van een zeer massieve ster eindigt.
Tussen 1900 en 1930 zagen astronomen kleine objecten vlak naast Eta Carinae, het eerste teken dat Eta Carinae uit meer bestond dan één lichtpunt. Rond 1950 werd de wolk herkend als nevel. De astronoom Gaviola gaf de wolk de naam Homunculus, omdat ze op zijn foto's leek op een kleine, mollige man. Beelden van de Hubble-ruimtetelescoop lieten later de twee lobben tot in fijn detail zien.